2015 (verslag)

BURGUM – De editie 2015 van de traditionele Slach om ‘e Mar met start en finish in Burgum, trof zaterdag welhaast ideale omstandigheden. Zonovergoten, weinig wind en een gematigde temperatuur, dat was het beeld van deze loopwedstrijd om de Burgumer Mar. Er hadden zich 220deelnemers ingeschreven en die konden niet alleen genieten van het prachtige maitiidswaar,maar ook van een schitterend parcours dat door een van de mooiste gedeelten van Fryske Wâlden liep. Remon van Lunzen uit Leeuwarden won.

Prachtige Slach om ‘e Mar
We hebben al heel wat verschillende weersomstandigheden gehad bij de Slach om ‘e Mar, van schitterend warm weer tot regen, hagel en sneeuwbuien en snijdende kou. Ja, dat kan natuurlijk allemaal in april, sla de weerwijshedenboekjes er maar op na. Daar wordt gesproken van bijvoorbeeld ‘aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed’. Nou, aprilletje, althans deze zaterdag de 18de, voldeed uitstekend aan het bijvoeglijke naamwoord ‘zoet’. Want dat was het zaterdag toen de 220 deelnemers op gang werden geschoten door Jeltsje Boomsma, een van de sponsoren van het evenement. Normaal gesproken is dit een klusje voor of de burgemeester of in dit geval de loco-burgemeester, maar die was verhinderd wegens verplichtingen in Duitsland zoals hij me later op de dag vertelde toen ik hem trof bij het korfballen. Het zal de deelnemers niet veel hebben uitgemaakt vermoed ik, die komen om te lopen, de meesten puur recreatief, maar een klein gedeelte toch ook om te proberen een zo snel mogelijke tijd te lopen. De echte hardlopers zullen toen ze zagen dat ook mannen als Remon van Lunzen en Harrie Wiersma aan de start stonden al wel beseft hebben dat hun kansen om te winnen tot vrijwel nul waren gereduceerd. Maar dat mocht te pret niet drukken. De finish halen, dat was voor de grote meerderheid het ultieme doel en dan liefst in een snellere tijd dan vorig jaar. Maar aan de finish, een kleine twee uur later, waren toch eigenlijk alleen maar tevreden gezichten te zien: ze hadden het gehaald, per slot van rekening is een halve marathon wel een kleine 22 kilometer en dat schud je niet zomaar even uit de mouw. Voor een fotograaf annex stukjesschrijver is het altijd een soort van spagaat: waar ga ik staan, zitten in mijn geval, om zoveel mogelijk deelnemers op de gevoelige plaat vast te kunnen leggen. Vroeger was die ‘gevoelige plaat’ van celluloid, maar sinds de digitale camera er is, is die plaat samengesteld uit sensoren. Of fotograferen nu leuker is dan toen weet ik niet, makkelijker is het wel. Het is een beetje als de echte vinylliefhebbers die niets moeten hebben van cd en andere wonderapparaten. Vinyl, de echte lp’s dus, dat is het, dat andere is namaak. Maar voorlopig ben ik blij met met mijn kaartjes waarop honderden foto’s kunnen, in plaats van de filmpjes waarop hooguit 36 foto’s pasten. Als ik alleen na afloop kijk hoeveel foto’s ik nu heb en ik reken dat om naar filmpjes van 36, dan schrik ik, zeker in de wetenschap dat zo’n filmpje bijna een tientje kostte… Dat zijn van die dingen waar je over zit te filosoferen als je ergens in Sumar zit te wachten op de doorkomst van de halve marathon-lopers.

Master de Vriesskoalle
Want daar zit ik, in Sumar op deze prachtige maitiidsdei. Ik heb de start gelaten voor wat hij was, niet omdat het niet een leuke foto op zou leveren, maar ik vrees dat ik dan nooit op tijd kom voor een plekje waar ik ze allemaal voorbij kan zien komen. Zeker met de onzekere verkeerssituatie die ‘men’ bij de ontsluiting van Sumar heeft gecreëerd. Ik vraag me nog steeds af wie dat in al z’n wijsheid bedacht heeft. Maar ik ben waar ik wezen wil, ik heb een stekje met vrij uitzicht gevonden en als ik naar rechts kijk zie ik de Sumarder scholen gemeenschap. Links de Wyngerd, de cbs en rechts de Master de Vriesskoalle, de obs. Ik heb aan die laatste school een deel van mijn werkzame leven les gegeven, prachtige tijd waar ik met veel genoegen op terugkijk en, dat hoop ik althans, vele kinderen met mij. Trouwens, die Master de Vries, Cornelis de Vries om precies te zijn, was een van mijn voorgangers, hij was de ‘uitvinder’ van het Bintje, de aardappel dus. Bintje is de vrouwelijke vorm van de jongensnaam Binne en boze tongen beweerden destijds dat ze mij om die reden hadden uitgezocht…..

verschil
Achter mij slaat de toren klok elf en dus wordt het zo langzamerhand tijd om alles in de aanslag te brengen. Om tien over elf is het zover: ik zie de eerste lopers aankomen op de Knilles Wytseswei vooraf gegaan door een fietser die de weg moet vrijmaken. Maar voorlopig is er in Sumar weinig vrij te maken, het is hier heel erg rustig qua verkeer. De eerste twee atleten die mij tegemoet komen zijn Remon van Lunzen en Harrie Wiersma, beiden ken ik van vorige gelegenheden. Dan komt er een hele tijd niets en dan volgt de rest, alleen of in plukjes. Maar het gat is dan al gigantisch en je hoeft geen helderziende te zijn om te voorspellen dat de winnaar uit dat eerste duo moet komen. Het wachten is dan op de eerste vrouw en dat is even zoeken, want Minke Spoelstra loopt een beetje verscholen tussen een groepje mannen, zoals je dat ook altijd ziet bij de marathon van Rotterdam. Of dit ingehuurde hazen zijn betwijfel ik, hoogstens vrienden en kennissen vermoed ik, of misschien wel een toevallig samengestelde groep die een passend tempo loopt. Het duurt even voor ze mij allemaal voorbij zijn, dan zijn we minstens een kwartier verder. Iedereen, althans de meesten, zijn nu nog blij en optimistisch gestemd, er worden duimen omhoog gestoken,er wordt gezwaaid en opmerkingen aan mijn adres gemaakt, maar dat zal, weet ik uit ervaring, later totaal anders worden. Een halve marathon vergt het een en ander van een menselijk lichaam en niet iedereen is er op gebouwd om een kleine twee uur achter elkaar hard te lopen.

Eastermar
Ik breek op, ik wil eigenlijk een paar foto’s maken in Eastermar, een van de meest fotogenieke dorpen in deze gemeente, maar mijn plan valt een beetje in het water. Het gat tussen de beide koplopers en de rest is zo groot dat ik eigenlijk te lang moet wachten. En eigenlijk heb ik daar geen tijd voor gezien mijn totale planning. Ik wil als het kan ook nog wat zien van die andere loop, de wedstrijd over 11 kilometer die de andere kant op gaat. Dus rij ik richting Skûlenboarch waarbij ik de beide koplopers even voorbij het Heechsân weer tref. Ik pleeg een paar volstrekt illegale verkeersdelicten door links naast hen te gaan rijden en vanuit het raampje, sturend met mijn knieën, een paar foto’s te maken met een groothoeklens. Ik kom gelukkig niemand tegen en het duurt maar een paar seconden. Maar: ‘don’t try this at home’.

Ritskeloanebosk
Ik rij door naar de Zomerweg en om precies te zijn naar de plek waar de Ritskeloane uitkomt op die Zomerweg. Een prima stek, aan alle kanten gebeurt eigenlijk wel wat en het zit hier prachtig. Het felle zonlicht wordt gefilterd door het nog uiterst prille groen van bomen en struiken. Hier is ook een verversingspost en de kinderen die deelnemen aan de wandeltocht die ook onderdeel uitmaakt van deze Slach, krijgen hier ook snoep uitgedeeld. Er loopt ook, en ook dat is traditie, een groep mensen met een beperking mee en ook die maken gretig gebruik van de culinaire mogelijkheden. De grond ligt inmiddels wel bezaaid met sponsjes en bekertjes, maar in de zekerheid dat er straks een veegploeg alles keurig gaat opruimen, is dat voor een keer niet zo erg. Ik rijd verder naar de finish op de Markt in Burgum. Als ik uitstap hoor ik meteen dat ik ‘te plak’ ben: de sonore bariton van Jan Kooistra van Sport Friesland komt mij tegemoet. Ik heb vanmorgen al even met hem gesproken, met deze man die van ‘lopend Fryslân’ zo’n beetje zijn levenswerk heeft gemaakt. Het zijn de mensen waarvan de sport, met name de breedtesport, het moet hebben, enthousiaste vrijwilligers die eigenlijk niets te veel is. Zo nu en dan kom je zo iemand tegen, gouden figuren die je als gemeenschap moet koesteren en ik vraag mij weleens af of met name overheden wel beseffen hoeveel ze aan deze mensen te danken hebben, mensen die niet kijken naar wat het kost, maar naar wat het oplevert. Het is een gezellige drukte daar aan het begin van de Markt in Burgum, waar inmiddels de ene na de andere loper binnenkomt, voorlopig alleen nog de deelnemers aan de 11-kilometerloop, de eerste halve marathonners laten nog even op zich wachten. Maar dan, we schrijven inmiddels 11.21 uur, meldt zich de eerste deelnemer aan de 21 kilometerloop. Het is, en dat verbaast niet, Remon van Lunzen, alleen, hij heeft blijkbaar Harry Wiersma achtergelaten ergens tussen Jistrum en Noardburgum schat ik. Wat ziet zo’n Van Lunzen er jaloersmakend fris uit, dat moet geweldig zijn om zo’n afstand echt moeiteloos, tenminste zo lijkt het, af te kunnen leggen. Voor de prijsuitreiking moeten we nog even wachten op de eerste vrouw. En dat ‘even’ duurt nogal. Maar speaker Jan Kooistra heeft geen enkele moeite om de tijd op te vullen, telkens komen er lopers binnen en hij begeleidt ze allemaal, als een havenloods, naar de streep. Hij kent de meesten ook, zonder dat hij hun rugnummers kan lezen, aan hun stijl van lopen denk ik. Ik zit hier ‘noflik’ even voor de eindstreep met een ruim uitzicht op de finishstraat. Daar is het een komen en gaan, want ook de wandelgroepen komen binnen, opgewacht door ouders, vrienden en bekenden en natuurlijk pake’s en beppe’s die apetrots hun ‘bernsbern’ verwelkomen. En aan die finish zoeken de binnenkomers elkaar op met een koel drankje in de hand om, neergezegen tegen de dranghekken, na te praten over deze Slach. Want net als bij veel andere sportevenementen is ook deze Slach een soort reünie van mensen die elkaar misschien maar een paar keer per jaar treffen, of misschien maar één keer, hier in Burgum. Op deze manier is sport een feest. En dan ook nog eens ten bate van een goed doel: een school in Afrika in dit geval. Maar dan is het toch zover, ik zie de eerste vrouw aankomen, het is Minke Spoelstra uit Buitenpost die de klok stilzet, nou ja, bij wijze van spreken dan, op 1.38.06. En zodra zij binnen is kan de prijsuitreiking plaatsvinden. De winnaars krijgen een fraaie glazen plaquette. “Foarsichtich oanpakke”, houdt Jan Kooistra hen voor, indachtig die keer dat de winnaar,of de wethouder, dat is nooit duidelijk geworden, de prijs liet vallen. Maar dit keer gaat het goed, beiden houden het fraai bewerkte glas stevig vast. Ik praat even met de beide winnaars. Eigenlijk hoef je aan een winnaar niet te vragen of het goed ging. Remon van Lunzen: “Nee, eigenlijk hoeft dat niet, de winnaar is ook nooit moe. Maar het was een prachtige tocht moet ik zeggen, ik heb lekker kunnen lopen, ik hoefde niets te forceren en dat wilde ik ook niet, want ik kom net terug uit een blessure. Dat ging allemaal prima. Ik heb een heel stuk samen met Harry Wiersma gelopen, maar ergens tussen Jistrum en Noardburgum ben ik hem kwijt geraakt en hij had blijkbaar niet de kracht om nog terug te komen. Maar wat mij vooral opviel: wat een prachtig parcours, want is het daar mooi, vooral daar tussen Eastermar en Bergum, dit is wel een van de mooiste stukken van Friesland als je mij vraagt. Wat zeg je, moet de winnaar het volgend jaar beslist weer meedoen om zijn titel te verdedigen? Nou, aan mij zal het niet liggen, volgend jaar ben ik hier weer.” Minke Spoelstra uit Buitenpost vertelt in feite een identiek verhaal: “Prachtig deze Slach. Nee, ik heb hier nog niet eerder meegedaan in Burgum, telkens was er wel wat anders. Maar dat van dat verdedigen van de titel geldt zeker ook voor mij? Nou, ik weet nu wat deSlach is,dus ik ben er volgend jaar zeker weer bij, blessures en ander misfortuin daargelaten natuurlijk.” De11-kilometerloop wordt gewonnen door Hendrik Venema bij de mannen en Tiny Wouda bij de vrouwen. De volledige uitslag staat overigens op de site van de Slach. Ik blijf nog even zitten, genieten van het prachtige weer en kijken naar al die sporters die zojuist hebben gedaan wat ze zich hadden voorgenomen: de finish halen van de Slach om ‘e Mar editie 2015.

Binne Kramer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *